Midden op de Nieuwmarkt staat een bakstenen kasteel met spitse torens: De Waag, het oudste niet-kerkelijke gebouw van Amsterdam dat nog overeind staat. Zijn vestinggedaante misleidt: het is geen oorlogspoort meer, maar een huis van handel, kennis — en ontleding.
Van stadspoort tot waag
Het gebouw werd in 1488 opgetrokken als Sint-Antoniespoort, poort in de middeleeuwse omwalling. Toen de stad groeide en de wallen verder werden gelegd, kwam de poort midden op een plein te staan. In 1617 werd zij verbouwd tot waag, waar koopwaar, ankers en kanonnen werden gewogen: de militaire poort wordt een radertje van de handel. Rondom kwamen de kramen; in de torens vestigden zich de gilden (smeden, metselaars, schilders, chirurgijns).
Het anatomisch theater
Bovenin richtte het chirurgijnsgilde een Theatrum Anatomicum in: een amfitheater waar 's winters publiekelijk het lichaam van terechtgestelde misdadigers werd ontleed, voor studenten en betalende toeschouwers. Hier speelde het tafereel dat Rembrandt in 1632 vereeuwigde, De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp. Onder één dak herbergde de Hollandse renaissance de handel, het georganiseerde ambacht en de nieuwe wetenschap van het lichaam. Te zien: de silhouet met torens, de gildewapens boven de deuren, de bovenzaal van het anatomisch theater.
Wist je dat?
Er werd alleen in de winter ontleed, en alleen bij terechtgestelden: de kou remde het bederf, en de wet gaf de wetenschap enkel de lichamen van veroordeelden. De grote anatomische les was evenzeer schouwspel als college — men betaalde entree om dr. Tulp een arm te zien openen, en Rembrandt maakte er een meesterwerk van.
Praktisch
De Waag staat midden op de Nieuwmarkt; rijksmonument, tegenwoordig café-restaurant en culturele plek.

